Olijfolie

Binnenkort is het weer persen geblazen, de bomen hangen er olijfzwanger bij. Elk jaar zo rond eind oktober maakt de Spaanse economie een vreugdedansje. De rivier van olijfolie, het groene goud van Spanje, stroomt weer. Spanje is de grootste producent van olijfolie ter wereld, en dat met een voorsprong zodat we niet echt van een sprint op de meet kunnen spreken. Met 1.775.800 miljoen kilo of zo’n 54,3% van de wereldproductie een verdiende gouden plak en stevig voor op Italië dat met 14,1% eervol zilver haalt. Spanje exporteert voor 3,5 miljard euro aan olijfolie, een ‘vet’ spaarvarken van inkomende deviezen mag je wel zeggen.

Nog leuker wordt het als je weet dat zo’n 82% van die Spaanse olie, uit het Andalucia van VAMOZ, uw favoriete makelaar voor vastgoed in en rond Marbella, komt. In heel Andalucia kan je bij wijze van spreken geen 5 minuten wandelen of je hebt een olijfboom voor je neus. De provincie Jaen is echter het ware paradijs van de bijna heilige olijfboom. Houd u vast… 66 miljoen staan er maar liefst vrolijk in de zuid-Spaanse zon te keuvelen. Dat is meer dan alle Spanjaarden en Belgen samen. Wie ooit een roadtrip heeft gedaan door Andalucia (wat we trouwens van harte aanbevelen) zal zich vast herinneren dat je voor tientallen kilometers alleen maar rijen en rijen olijfbomen ziet staan.

Sommige olijfbomen hebben al een flinke grijze baard want ze zijn vaak honderden jaren oud. De provincie Betica (het Andalucia van het Romeinse keizerrijk) was trouwens al ‘wereldberoemd’ als exporteur van topklasse olijfolie. Doorheen de geschiedenis van het hele Mediterraanse gebied (Egypte en Syrië incluis) loopt olijfolie als een…groengele stroom. Natuurlijk voor allerlei culinaire toepassingen maar ook voor cosmetisch, medicinaal en religieus gebruik.

Onze professor statistiek heeft Spanje doorkruist met zijn telraam en 262 verschillende variëteiten opgetekend. De 3 bekendste soorten zijn picual, hojiblanca en arbequiña. Elke soort heeft zijn eigen specifieke eigenschappen in vorm en kleur maar ook in smaak natuurlijk. Picual is de meest verbouwde soort in ‘ons’ Andalucia en kenmerkt zich in smaak met licht bittere toetsen, fruitig en een intense groene kleur. Een ‘dankbare’ olijfsoort met een stabiele productie.

Gedurende het hele jaar heb je eigenlijk weinig werk aan die bomen (siësta à volonté) en hun olijfjes maar tijdens de oogst lijkt het wel een volksverhuizing. Heelder dorpen worden wakkergeschud en trekken plukgek naar de olijfplantages. Vroeger met de hand en stok, vandaag de dag natuurlijk eerder machinaal met intelligente tril-voelsprieten worden de olijven ontboomd. Om de magische olie te maken worden de olijven eerst gewassen en van takjes en blaadjes gescheiden. De meest authentieke manier is dan simpelweg om de olijven te vermalen met grote maalstenen en de dan de verkregen pulp te persen tussen een soort matten waar je de olie scheidt van de olijfmassa die overblijft. Het groene goud stroomt langzaam maar zeker in de miljoenen flesjes. Er zijn ook hier weer heel geavanceerde nieuwe industriële manieren om olie te ontginnen maar die zijn alleen interessant als je olijfolie wil produceren.

Wel belangrijk om te weten is dat de olie die je bekomt een classificatie meekrijgt naargelang de onzuiverheden en defecten van de olijven en olie, en de uiteindelijke zuurtegraad van de olie. Zo brengen olijven die al op de grond waren gevallen vaak minder gewenste kwaliteitswijzigingen met zich mee, daarom dat ambitieuze olijfproducenten enorm veel zorg en aandacht besteden aan het plukken van mooie olijven rechtstreeks van de boom zonder ze te ‘kwetsen’.

De Miss Universe van de oliefolie is de ‘Aceite de oliva virgen extra’, een olijfolie verkregen uit zuiver ‘koude’ mechanische processen (dus niet chemisch), met grote smaak en geur, zonder onzuiverheden en een zuurtegraad van minder dan 0,8°. De beste van die olies zijn vaak prijzig maar hebben een aromatische diepte die je hoogtevrees geeft. De ‘Aceite de oliva virgen’ is de tweede beste soort, voor een leek echter amper te onderscheiden van zusje ‘extra’. Op dezelfde manier verkregen maar hier met een tolerantie voor de zuurtegraad tot 2° en kleine onzuiverheden toegestaan. De derde soort vermeldenswaard is de zogezegd gewone ‘Aceite de oliva’, hier zijn chemische en thermische ingrepen toegestaan om extractie, smaak, geur en kleur te beïnvloeden. Vaak spreekt men ook van geraffineerde olijfolie in dit geval. Deze olie is meestal geler van kleur dan de nobelere ‘maagdelijke’ variant.

Als u het ons vraagt (en ook al doet u het niet, we zeggen het toch), gebruik enkel één van de 2 eerste soorten, dan bent u zeker van een authentiek, degelijk en gezond oernatuur product. Om te eindigen met het goede nieuws, nog even door(olijf)bomen over die gezondheid. Uit één van onze vorige blogs weet u dat de Spanjaarden kampioenen zijn in gezond heel oud worden. Het (frequent) gebruik en consumptie van olijfolie is daar belangrijker in dan de kraag op een vers pintje.

Olijfolie staat garant voor een flinke dosis vitamine E, zit vol polifenolen, een sterke antioxidant, onverzadigde monovetzuren (uw persoonlijk legertje voor cholesterol bestrijding), en helpt glucemie niveaus ter verlagen bij diabetici, om maar even te belangrijkste speerpunten te noemen. Ook als u dat allemaal niet gelooft, smaakt kwaliteitsvolle ‘Aceite de oliva virgen (extra)’ op een verse toast met tomaat (bijvoorbeeld) als de Spaanse zon die uw smaakpapillen een warme fluweelzachte massage geeft.

Dat groene goud is misschien wel de koop en investering van uw leven, naast uw droomverblijf aan de Costa del Sol via VAMOZ natuurlijk…